Kantoorse jeukwoorden 2018

In december gooit AvroTros Radar traditiegetrouw een paar loden leeuwen naar binnen bij schnabbelende BN’ers en creativiteitsloze reclamebureaus. De slechtste slogan komt weer bovendrijven en taalreus Van Dale kiest het woord van het jaar. Vaste prik. Sinds kort is er ook een ‘jeukwoordenlijstje’. Als fan van het meesterwerkje Bobotaal, in 2014 geschreven door De Wethouder, ben ik opgetogen over zoveel taalmisère aan het einde van het jaar. 

Leuk is dat het AD dit jaar op zoek ging naar de irritantste kantoorwoorden. Want jeukwoorden zijn nóg jeukiger als je ze hoort op je werk. Visualiseer een doorsnee deprimerende kantoortuin en dan kan zelfs iets vriendelijks als “Hoe was je weekend?” nog verkeerd vallen. ‘Eigenaarschap tonen’ is met 18 procent van de stemmen uitgeroepen tot het ergste kantoorwoord. En dat snap ik niet. Om te beginnen is het geen woord, maar een uitdrukking. ‘Aanvliegen’, ‘gamechanger’, ‘vitaliteit’, dat zijn enkelvoudige veelvuldig vervelende woorden. Flauw? Misschien.

In het AD werd als belangrijkste reden voor de 18% stemmen genoemd dat het totaal onduidelijk is wat het is. Dat is natuurlijk niet zo. Sterker nog, ik denk dat ‘eigenaarschap tonen’ niet zozeer een ergerlijke kreet gevonden wordt, maar dat veel kantoormensen zich betrapt voelen als ze een gebrek aan eigenaarschap wordt verweten. En blijkbaar gebeurt dat nogal vaak. Tegen die mensen zeg ik: pak je rol en wees proactief. Elke transitie begint bij jezelf!

‘Je rol pakken’ werd trouwens tweede en ‘duurzame inzetbaarheid’ vinden we op plek drie. Voor de haters: deze ga je beide nog vaak horen. Alle varianten met ‘duurzaam’ waarschijnlijk nog tot 2050. Je rol pakken is tijdens het hoogseizoen een veelgehoorde, al ligt het eraan op welke camping je precies staat in juli en augustus.

Nu we het toch over vakantie hebben. Mijn favoriete irritante kantoorkreet van dit jaar is ‘customer journey’. Of zoals we in slecht Nederlands zeggen: ‘klantreis’. Het AD (ik toon hier eigenaarschap) schreef er het volgende over: Vroeger liep je een winkel binnen en vroeg je waar de boter stond. Tegenwoordig begin je al thuis aan je customer journey naar de supermarkt. Uit onderzoek blijkt dat de grootste verandering van alle aandacht voor de customer journey is dat marketeers vaker op vakantie gaan. Gamechangertje, die customer journey.

 

Lancering BLANK SPACE MAGAZINE tijdens DDW 2018

Blank-Space-Magazine-_1-cover-Job-van-den-Berg
Ontwerper Job van den Berg op de cover van Blank Space Magazine – Fotografie Saskia Overzee

Tijdens de Dutch Design Week 2018 wordt BLANK SPACE MAGAZINE gelanceerd. Dit 164 pagina tellende magazine bevat acht omvangrijke portretten van creatieve ondernemers werkzaam op Sectie-C. Ook de schrijvers, fotografen en ontwerpers van BLANK SPACE MAGAZINE zijn allemaal verbonden aan Sectie-C. De officiële lancering vindt plaats op zondag 21 oktober, om 16.00 uur, tijdens Conversations-C in de theaterzaal van de Ilse Wouters Academy (Hall 8, Sectie-C). 

Portretten van de makers

Mats Horbach, eindredacteur van BLANK SPACE MAGAZINE: “Deze allereerste uitgave bevat zeer persoonlijke, gedetailleerde portretten van acht creatieve ondernemers. Ze vertellen over de manier waarop ze de ‘open ruimtes’ die Sectie-C kenmerken op hun eigen manier transformeren tot inspirerende werkplekken en daarmee zichzelf als conceptueel designer, communicator, kunstenaar, muzikant of andersoortige maker verder ontwikkelen. Het zijn Niels Hoebers, Martens & Visser, Michela Castagnaro, Kim Haagen, Job van den Berg, Paul Heijnen, Tessa Koot en Rob van der Ploeg.”

Dynamiek van Sectie-C

Volgens Horbach is de keuze voor de acht ondernemers en de aan hen gekoppelde schrijvers en fotografen als vanzelf tot stand gekomen, wat tekenend is voor de dynamiek op Sectie-C. Horbach: “Werk van de creatieve ondernemers op Sectie-C gaat de hele wereld over. Wie zijn deze mensen? Wat drijft hen? Middels diepte-interviews en intieme fotografiesessies hebben we die vragen onderzocht.” De wens van de initiatiefnemers is om rond elke Dutch Design Week een nieuwe editie van BLANK SPACE MAGAZINE uit te brengen.

Blank-Space-Magazine-_1-Niels-Hoebers
Ontwerper Niels Hoebers in zijn studio op Sectie-C – Fotografie Maarten Coolen, interview Martijn van der Ven

Conversations-C

BLANK SPACE MAGAZINE wordt officieel gelanceerd tijdens de eerste van vier talkshows met de titel Conversations-C. Deze talkshows vinden plaats in de theaterzaal van de Ilse Wouters Academy (Hall 8, Sectie-C) en worden gepresenteerd door Marsha Simon. Zij zal op zondagmiddag 21 oktober tussen 16.00 uur en 17.00 uur een gesprek hebben met verschillende makers en geporteerde ondernemers. Titel van deze bijeenkomst: POWER TO THE PEOPLE: LAUNCH OF BLANK SPACE MAGAZINE. De toegang is gratis voor iedereen met een Dutch Design Week passe-partout. Anderen betalen €3,- (voor toegang tot heel Sectie-C).

Waar te koop?

BLANK SPACE MAGAZINE is tijdens de Dutch Design Week te koop in De Design Shop en in Hall 6 en kost €15,-. Daarnaast ligt het in de winkel van Piet Hein Eek en bij de Eindhoven Brand Store (oude VVV) op het Stationsplein.

MC_Sectie-C_Mag_KimHaagen_MartijnInterview

Over Sectie-C

Sectie-C in Eindhoven is het domein zonder begrenzingen waarbinnen autonome denkers en authentieke doeners versmelten in een unieke, organische cultuur. In de voormalige bedrijfsruimtes van Stork en VDL hebben zo’n 180 creatieve ondernemers hun intrek genomen. Het terrein is ingericht met ateliers, werkplaatsen, tuinen, podia, expositieruimtes en laboratoria. Tijdens de jaarlijkse Dutch Design Week bruist het hier met open ateliers, gastexposities, workshops, winkeltjes en vernieuwende horecaconcepten.

Meedoen in de Wijken serveert taal en koffie!

Schermafbeelding 2018-10-03 om 10.07.49In 2013 startte ik als vrijwillig taalcoach. Omdat ik anderen wilde helpen met de Nederlandse taal. En omdat ik via migranten veel leer over de Nederlandse cultuur. Onze ‘afspraak is afspraak’-mentaliteit is namelijk niet zo gewoon als we denken. Zijn we als Nederlanders eigenlijk wel zo tolerant? En waarom zitten we altijd binnen? Om daar achter te komen, én om mijn B1- en B2-taalvaardigheid verder te verbeteren, sloot ik me aan bij Meedoen in de Wijken, een taal- en participatieprogramma van Humanitas en het Rode Kruis.

Namens de projectgroep doe ik een oproep.

In de afgelopen jaren is de Eindhovense bevolking vooral door migranten gegroeid. Meer dan een kwart van de inwoners van deze stad is van buitenlandse afkomst. Om volledig mee te kunnen doen aan de samenleving is voor deze medeburgers de Nederlandse taal van essentieel belang. Naast het leren van de taal, is er een grote behoefte aan het oefenen met praten. Dat is lastig, omdat de spreektaal in veel migrantenhuishoudens de taal is uit het land van herkomst. Ook is er schaamte om fouten te maken.

Bij de deelnemers van Meedoen in de Wijken groeit de vraag om meer te oefenen met praten. Daarom breidt de projectgroep het programma uit met een taalcafé. Op deze manier komt Meedoen in de Wijken tegemoet aan de groeiende vraag van de deelnemers en de kandidaten op de wachtlijst. Dit aanbod kan zeker ook voor andere Eindhovenaren van buitenlandse afkomst een welkome aanvulling zijn op het bestaande aanbod in Eindhoven.

In een ontspannen sfeer de Nederlandse taal oefenen. Dat is het kenmerk van het taalcafé. Deelnemers gaan in kleine groepjes in gesprek over een samen gekozen onderwerp. Familie, sport en hobby; het kan allemaal ter tafel komen. Ken je migranten voor wie het taalcafé een uitkomst is? Of wil je zelf aan de slag als vrijwillig taalcoach? Kom maar door!

Vanaf 5 oktober a.s. opent het taalcafé Meedoen in de Wijken iedere vrijdagochtend zijn deuren. De locatie is het Rode Kruisgebouw aan de Willem van Konijnenburglaan 6 in Eindhoven. Meer informatie: http://www.meedoenindewijken.nl

Een story is geen verhaal. Of wel?

Storytelling, copywriting, slogans, pay-offs

Over storytelling, copywriting, pay-offs, slogans en andere containerbegrippen.

“Doe je aan storytelling?”, vroeg een kennis laatst aan mij. Ik had haar al een hele tijd niet gesproken en begrijpelijkerwijs had ze mijn doen en laten niet op de voet gevolgd. Ik zit nu eenmaal niet op Facebook, wat ooit stumperig was, maar tegenwoordig juist een statement is. “Ja” zei ik. “En ik schrijf daarnaast ook verhalen.”

Is er een verschil tussen storytelling en het vertellen van verhalen? Over de definitie van storytelling zijn de geleerden het niet eens. De Deense professor Rolf Jensen stelt in zijn boek ‘The Dream Society’ dat verhalende communicatie niet probeert te overtuigen, zoals bijvoorbeeld commercials wel doen. Het gaat om het waarom. De Amerikaan Doug Stevenson vindt het tegenovergestelde. Storytelling (zelf gebruikt hij de termen Strategic Storytelling en Business Storytelling) is volgens hem bij uitstek de methodiek om te overtuigen en te verkopen. Een effectieve ‘story’ bevat volgens Stevenson een held, een slachtoffer, een dader en een helper. De held waarmee de lezer zich moet kunnen identificeren, heeft een duidelijk doel voor ogen. Om dat doel te bereiken, dient hij een of meerdere obstakels te overwinnen. Het is geen universeel doel, zoals het voor elkaar boksen van wereldvrede, maar eerder het verkopen van een bus scheerschuim of een stofzuigerzak. Want dat moet natuurlijk ook gebeuren.

storytelling, copywriting, pay-off, slogan
Zo doen de Amerikanen dat: altijd een pack shot plaatsen bij je verkoopverhaal.

Jensen en Stevenson hebben elk hun eigen definitie van storytelling, zoveel is duidelijk. Hoe zit het dan met een persoonlijk verhaal van een medewerker van een bedrijf? Je zou dit storytelling à la Jensen kunnen noemen als zo’n verhaal gepubliceerd staat op de bedrijfswebsite en daarmee bijdraagt aan de emotionele band die klanten met het bedrijf hebben. Staat het verhaal in het personeelsblad, dan zou de kwalificatie ‘leuk interview’ beter kloppen. Tenzij de medewerker iets gedaan wil krijgen van zijn collega’s. Meer animo voor het personeelsfeest. Harde cash voor een afscheidscadeau voor een vertrekkende afdelingschef. In die gevallen is het toch weer storytelling op z’n Stevenson’s.

Terug naar mijn kennis van laatst. Ze liet me inzien dat er in mijn vak veel verwarrende definities zijn. Is een slogan hetzelfde als een pay-off? Ik vind van niet en kan dit uitleggen. Maar of er verschil is tussen een kop en een heading? Of dat broodtekst een ander woord is voor body copy? Het ligt er maar net aan wie je het vraagt. Veel kreten in mijn vak zijn containerbegrippen, wat ironisch genoeg ook een containerbegrip geworden is. Waar het om gaat is dat we, opdrachtgever en opdrachtnemer, zeker weten dat we over hetzelfde praten als we met elkaar in zee gaan.

Van definitieverwarring valt overigens handig gebruik te maken. Een tijdje geleden had ik een gesprek met een docent aan de Universiteit van Utrecht. Deze man, die zijn docentschap combineert met commercieel tekstbureauwerk, vond het prima te verdedigen dat het uurtarief van een copywriter dubbel zo hoog is dan dat van een tekstschrijver. “Het liefst werk ik als copywriter”, legde hij uit. “Daar zit meer verdieping in.”

Of verdiepen een ander woord is voor verdienen, daar heb ik niet op doorgevraagd.